550. Midden-Spanje / 5

Toledo,

Kinderstromen in de straten, een kindermenigte op een plein. Wat is er aan de hand?

Op de scholen is aan een project gewerkt. Ze hebben samen werkstukken gemaakt.

Miguel de Cervantes is de beroemdste auteur van Spanje.

Werk: Don Quichot van La Mancha.

en in een kriebelhand

William Shakespeare is the most famous author in England

Alle schriften worden ingeleverd, op tafels verspreid en bekeken. Sjerpen worden uitgedeeld en om beurten krijgen kinderen de microfoon om te spreken in het openbaar.

De sfeer is aanstekelijk positief. Ouders en grootouders glunderen.

‘Wat zijn de kinderen gedisciplineerd!’, zeg ik, verbluft, tegen een oma. ‘Zeker’, bevestigt ze, op een toon alsof dat niet meer dan vanzelfsprekend is.

Niet dat het ordelijke de pret van de kleintjes lijkt te drukken. Vrijwel zonder uitzondering in het donkerblauw, glimmen ze van trots.

Om ons heen bijna geen toeristen. Februari in Toledo gaat nog, maar dan…

Nog even en het is door de drukte niet meer te harden, zegt oma. Zelf heeft ze plannen in de zomer naar Amsterdam te komen. ‘Hoe is het daar?’

‘Ook teveel bezoek’, moet ik bekennen. We kunnen er niet omheen: thuis zelf slachtoffer van drentelende horden ben ik nu ‘dader’ bij haar, en zij binnenkort bij mij. Wat te doen? Toerisme verbieden is geen optie. Wel mínder met vakantie gaan. En liefst in een rustige periode, zoals nu.

Toledo heeft trouwens niet alleen last van dagjesmensen. Sinds de snelle treinverbinding zijn hier ook Madrilenen komen wonen. Voor hen is het er veel goedkoper, maar voor de Toledanen drijven ze de prijzen op. Met verdringingseffect. Ook dat komt bekend voor onder NAP.

Warm ontvangen worden de nieuwkomers ook sowieso niet. ‘De mensen van hier zijn gesloten’, zegt een echte toledano. Mensen van buiten komen er niet tussen.

Echte Toledanen zijn ook echte carnivoren. Het jonge stel dat een koffiebar runt verontschuldigt zich bijna dat hun koffie veganistisch is. Vooruit, we proberen het gewoon, een cortado met amandelmelk. Wel meteen voor het laatst.

Trouwens, vragend naar Toledo’s beste koffieplek, zegt een vrouw: ‘In Spanje is de koffie nergens goed’. Maar, vinden wij, dat valt best mee.

Jozef Israëls, op zijn beurt, toonde zich in Toledo op zijn menselijkst:

“Is er dan geen stad zonder museum, en is iedere vreemdeling verplicht daar binnen te gaan? Gelukkig, ’t is Zondag en de deur gesloten, zoo konden wij rustig verder gaan”.

Zelfs de synagoge is een museum.

Ook wij voelen ons niet verplicht alles te bekijken. Ergens echt zijn is belangrijker dan alles te zien.

Maar er is iets dat je in Toledo met geen mogelijkheid kan ontgaan: de winkels stampvol met zwaarden, dolken en messen, een lokale specialiteit. ‘Maar’, vraag ik een uitbaatster, ‘hoe moet dat als je met je Toledaanse zwaard de trein in wil?’, denkend aan de bagagescanners.

‘Geen probleem’, zegt ze, ‘als je er maar een factuur bij hebt’.

Zou het waar zijn? Het klinkt als Belgische humor. Triomfantelijk zwaaiend met je factuur een paar te hard pratende medereizigers onthoofden.

We eten in Ludeña, een authentiek tentje met lokale gerechten, zoals patrijs. Vederlicht wil het eten ook hier niet worden, maar we zitten er prima.

Probleem blijft wel de Spaanse etenstijden, zelfs al zijn we de Italiaanse gewend. Hier ben je om negen uur de eerste. Eerder kan je er niet in. Zodat je je digestie moet vragen een beetje op te schieten voor je je bed in rolt. Bijvoorbeeld door een… digestief.

Terzijde: Italië op z’n Spaans.
‘De Mafia zet zich aan tafel’, met scooter. (Zie onder)

*

Om met de trein in Cuenca te komen, moet je eerst terug naar Madrid. Geen probleem, de Talgo-treinen rijden hard genoeg. Op het volgende stuk halen we de 277 kilometer per uur.

Het station van Cuenca blijkt een voorbeeld van modern Spaans design. Speciaal gebouwd voor de hogesnelheidstreinen, ligt het een eind buiten het centrum. Vanaf daar brengt een bus je eerst door de nieuwe buitenwijken, uitgevoerd in lichtbruin, om niet teveel te contrasteren met het droge landschap.

Was in Burgos zuiglam de specialiteit, hier is het cochinillo asado, krokant geroosterd speenvarken.

Het zijn gerechten die in Nederland zelden ter tafel komen. Nederlandse consumenten vinden het eten van jonge beesten zielig en eten zich vervolgens ongans aan kiloknallers van oudere beesten.

Eén van de goede dingen van Spanje is dat ze helemaal vertrouwd zijn met het concept van compartir, samen delen. Zo delen we samen een portie cochinillo voor één persoon. Voor ons tweeën precies goed.

Het jonge stel naast ons doet daarentegen aan een cochinillo voor twee. Daarbij krijgen ze, als horror voor de Hollander, het hele beestje. Met kop en al. Plus staartje.

Onlangs hebben we op de NL-televisie gezien dat Spanje van speenvarkens wordt voorzien vanuit onder meer ons land. Levend aangevoerd, iets dat niet zou moeten mogen.

De bazin van ons restaurant weet echter zeker dat haar varkensbaby’s uit Segovia komen, het cochinillo-gebied bij uitstek. Een succes is het in ieder geval. Ook de lokale wijn gaat er prima in, de rode althans. We zijn hier dan wel in het gebied van de meest aangeplante witte druif ter wereld, de Airén, maar naast de Poema del Cid gaat een Poema del Airén er niet komen.

Als stad moet Cuenca het vooral hebben van de dramatische ligging, aan de rand van een canyon. Midden in dat decor prijkt een parador, een staatshotel in een historisch gebouw, alwaar het Spaans koninklijk paar verbleef na hun huwelijk. En dat wil wat zeggen.

Daar links.

Op zo’n rotsige plek, vol met traptreden van ongelijke hoogte, steile hellingen, zandpaadjes en peilloze dieptes, kan je erop wachten: dat er iets misgaat.

Zo zien we een vrouw een treetje missen en languit voorover op de stenen slaan. Ze kermt het uit en begint te huilen.

De Don Juan aan haar zijde doet… niets. Samen met een ander stel toeristen help ik haar overeind. Een been en een schouder willen niet meer.

We planten haar neer op een stenen rand. Twee wondjes op haar hand ontsmet ik volgens de nieuwste inzichten, met water, en voorzie ze van pleisters. Echt nodig is het niet, maar therapeutisch werkt het wel. De man bij haar laat het nog steeds volledig afweten. Zelfs al zou hij niet de vader zijn van die twee kleine dochtertjes, dan nog…

‘Vind je Cuenca leuk?’, vraag ik de meest beteuterde van de twee. Ze schudt het hoofd.

Ook Pepa, een heel stuk lager in de stad en een heel stuk ouder, ziet het somber in.

Ze zegt: ‘De jeugd weet niets meer van de Franco-tijd’, die zijzelf deels nog heeft meegemaakt. ‘De jongeren van nu verschuiven van rechts naar ultra-rechts’. In Cuenca zijn wel migranten, maar die zorgen voor geen enkel probleem. En toch…

Pepa verzucht ‘Het is een mode’ en vreest dat die niet compatibel is met een happy end. Trump inclusief.

Haar eigen hart is groter. Ze zorgt ook voor zwerfhonden en stuurt er af en toe zelfs een naar Nederland. (Alsof we daar…)

We vragen hoe druk de ambulances het hebben in zo’n ‘voetgevaarlijke’ plaats. Volgens haar valt dat wel mee, al verloor enkele jaren geleden een Chinese toeriste het leven bij het nemen van een selfie.

Voor onze volgende trein zijn we ruim op tijd. Het bagagecontroleteam heeft even niets te doen. Het juiste moment ze iets te vragen. Klopt het dat je met zwaarden, dolken en messen de trein in mag, zolang je maar ook gewapend bent met een factuur?

Inderdaad. ‘Maar je moet scherpe wapens wel met iets omwikkelen’, zeggen ze. De controleurs kijken er wat schaapachtig bij. Hoeveel zin heeft hun werk dan nog? Goed, vuurwapens mogen niet, maar toch…

Bij controle van onze bagage stuiten ze op een Zwitsers zakmes. Dat mag mee zonder bonnetje.

En dan, onder een zacht zonnetje, rolt-ie binnen. De trein naar Valencia.

We naderen de stad van El Cid, razendsnel, terwijl de man aan de andere kant van het gangpad leest in

‘Geschiedenis van de wereld voor sceptici’

Deel 6

TERZIJDE

– Culinaire medicatie

Het Spaanse eten mag dan beter zijn dan dat in Amerika, na een aantal dagen krijg je wel nood aan hetzelfde: cola.

– Slechte smaak

Je ziet het wel vaker: stereotypen van Italië die in het buitenland commercieel worden uitgebuit. Zoals die van de uitbuitorganisatie bij uitstek.

Bij Italië zelf schoot (ook) de kreet ‘La Mafia se sienta a la mesa’ echter in het verkeerde keelgat en een poging het als handelsmerk te registreren werd dan ook getorpedeerd bij het Europees Gerechtshof.

Last stand

Het aantal doden door selfies wereldwijd is lastig bij te houden. Een telling tussen 2008 en 2021 kwam op 379.

Een kiekje in Cuenca is ook het ideale moment om af te komen van je gezelschap:

‘Nog één stapje…’.