548. Midden-Spanje / 3

Burgos,

Het is koud in het busstation en we ijsberen wat.

De bus is te laat. De reden is wankel. Nadat de deuren opengaan komt-ie bijna naar buiten gevallen en waggelt langs ons heen, met losse veters.

Voor de bus staat nu een stevige rij, maar we mogen er nog niet in. Even later komt de waggelaar retour. Met een fles cola leunt hij tegen de muur en probeert te drinken met dop er nog op.

In de verte nadert iemand met een emmer, een mop en nog wat schoonmaakspullen. Dan komt de chauffeur uit de bus en verordonneert de drinkebroer binnen aan de slag te gaan. Hij moet zelf wegwerken wat hij aan het openbaar vervoer geschonken heeft. Daarna mag hij weer gaan zitten op zijn plaats, redelijk voorin.

Hm, ook onze plaatsen zijn redelijk voorin. Toch niet…?! Toch wel. Pal voor ‘m. Maar we willen niet riskeren dat hij nog reserve heeft. Plus de cola.

Gelukkig vinden we nog twee nog onbezette plaatsen meer achterin, de enige zonder ‘entertainmentscherm’. Die zijn ook niet nodig. Entertainment voldoende.

De chauffeur rijdt voorbeeldig. Schuin voor ons: een van de redenen waardoor de bus zich negatief onderscheidt van de trein, de wc. In de trein zijn er daar meer van, mochten er één, of twee, niet door de keuring komen. De bus heeft er hooguit één en die is ongeschikt voor claustrofoben.

Ondertussen doet een zwerverstype aan… zwerven. Om beurten bezet hij de weinige plaatsen die nog open zijn, waaronder die vlak voor onze neus.

Wellicht is het iets dat je bij busvervoer op de koop toe moet nemen: het kost veel minder dan de trein en daarbij is er een grotere kans op medereizigers bij wie je niet direct in bed zou willen kruipen.

Alsof hij aanvoelt wat ik bedoel, beslist de dronkenman daar iets aan te doen. Gewapend met allerlei spullen verdwijnt hij in de wc en blijft daar een eeuw.

Als hij weer naar buiten komt, ziet hij er inderdaad iets beter uit. De wc waarschijnlijk niet. Die lijkt blank te staan.

De man sopt terug naar zijn stoel en laat een nat spoor achter in het middenpad, zeepbellen inclusief. Het echtpaar vlak voor de ‘badkamer’ draait zich om en kijkt ons, veelbetekenend, aan.

We houden halt bij Barajas, het vliegveld van Madrid. Daar waar we vorig jaar ook belandden, maar dan onbedoeld. Heel wat mensen stappen uit, waaronder de opgelapte zatlap. Zou hij dan nu gaan…?! Nee, toch?

En wij, wanneer zouden we nog eens beslissen voor de bus?

‘Komt dit vaak voor?’, vraag ik de chauffeur bij aankomst in het enorme busstation. ‘Zelden’, zegt hij. Zou het waar zijn?

Nou ja, we zijn er. In Madrid! Woonplaats van Sinterklaas. ‘Eene heerlijke ruime en frissche wereldstad‘, zo begint Israëls zijn beschrijving. Weldadig, na ons busavontuur.

We betrekken er een oersimpel, maar kraakhelder pensionnetje. Uitzicht: nul. De ramen zijn van melkglas. Maar wat zou het? Centraler, en goedkoper, kan het niet. Een cadeau inclusief. Ik krijg het van de sympathieke eigenaar.

We wandelen richting het grote park Del Buen Retiro. Voor het Prado, Madrids ‘Rijksmuseum’, staan enorme rijen. Wat is er aan de hand? Aan het eind van de dag is het gratis.

In het park wordt gevaren in de vijver, geflaneerd en hardgelopen. Echt warm is het niet en toch…

Daarna is het tijd voor verse nostalgie. We gaan een drankje doen in de Ritz, een van de vijfsterrenhotels waar we in verbleven tijdens onze grote Spanje-tour van toen. Voor niks.

De toenmalige directeur was een Nederlander en hij genoot zich suf van onze aanwezigheid. Sterker, hij trakteerde ons zelfs op de lunch. Daarbij waren we getuige van een bijzonder fenomeen. Met name één van de obers was al decennia gewend om te gaan met koningen, prinsen & Co. en inmiddels van veel hoger niveau dan nogal wat van de gasten. Een verschijnsel dat inmiddels ook valt waar te nemen bij het ‘gewone’ personeel. Ook dat maakt een beschaafder indruk dan velen van degenen die de Ritz Anno Nu kunnen betalen.

Zo hebben we uitzicht op een gezelschap waarin naast zonnebrillen, honkbalpet en zware schakelketting vooral een vrouw in total-silver-look de aandacht trekt. Van top tot teen. Het is een outfit die doet denken aan Mathilde Willink van weleer, maar die bewoog in haar creaties nog bijpassend.

En (niet alleen) de letters zijn er van…

De lobby is inclusief een pianist met de looks van Liszt, maar met een tenenkrommend repertoire. Zo, dat je de ‘gratis’ amandelen bij je drankje in je oren zou willen doen.

Zeker, de herinnering aan ons verblijf van toen, met gouden kranen en wat al niet, blijft eeuwig feestelijk, maar dit keer zijn we even gelukkig met ons nederige pensionnetje. Als je je bewust bent dat je op een bepaalde plaats niet hoort, dan ben je er ook niet op je gemak.

Bij zowel het diner als het ontbijt stuitten we op iets relatief nieuws: Venezolaans personeel. Met de groeten van hun president, Maduro. De voormalige buschauffeur ziet kans om een land met grote olierijkdom zo arm te maken, behalve hemzelf & zijn trawanten, dat de inwoners hun heil elders moeten zoeken.

De jonge Venezolaan bij het ontbijt blijkt zowaar een fan van Ajax en ’s werelds bekendste Nederlander. Bij ons vertrek roep ik ‘¡Viva Ajax, abajo Maduro!’, waaraan hij naadloos toevoegt: ‘¡Y abajo Feijenoord!‘ Verbluffend.

Nog verbluffender: het Prado. Te groot, natuurlijk, voor in één keer. Israëls houdt het dan ook halverwege voor gezien, net als mijn reisgenote. Ik zet nog even door.

Israëls was destijds helemaal weg van Velazquez, ik minder. Jozefs zoon Isaac wees zijn vader op ‘De overgave van Breda’. Het is een onderwerp dat ons, uit de opstandige Lage Landen, op zich niet bevalt, maar het moet gezegd: een steengoed schilderij. Origineel bovendien. Het laat de overwinnaar niet zien als een Donald T. van zijn tijd, die zijn tegenstander kleineert, maar als een hoffelijke heer.

Wat een museum! Er mag dan wel ergens staan dat ze meer Vlaamse schilders hebben dan puur Hollandse, ‘vanwege redenen van rivaliteit’, maar je ontdekt er toch ook nog meesters van bij ons waar je (ik) nog nooit van hebt gehoord.

Een constante blijkt de aanwezigheid van kunstenaars die, midden tussen de bezoekers, bezig zijn met het kopiëren van oude meesters. Israëls vermeldt dat al en nu is het nog zo. Ik vraag een van hen of ik hem storen mag, bij het minutieus naschilderen van een Rubens. Het mag.

‘Wie is voor u de grootste Spaanse schilder?’

De man, met een doek om zijn hoofd en zijn palet in de hand, twijfelt geen moment. ‘Velazquez’, zegt ook hij, ruim een eeuw na Israëls.

Fascinerend is trouwens het lijstje bij de ingang, met degenen die destijds als toppers werden beschouwd.

Ja, Rogier van der Weyden, geweldig. Ook Antonio Moro, Antoon Mor. Anderen zeggen me niets: Patinir, Claudio de Lorrena (Claude Gellée)?

Zoveel is er goed in dit museum. Meer krenten dan pap. Je wordt er duizelig van. Tijd om naar buiten te gaan.

Voor enkele van die krenten, zie hieronder.

Deel 4

TERZIJDE

– We keken wat een nachtje in de Ritz ons die dag zou kosten. Goedkoopste optie: €990. Zonder ontbijt.

– Pas nu leer ik dat het zo onschuldig lijkende ¡Viva España! gevoelig ligt, net als castillano. Sommige (veel?) linkse mensen verbinden het met de Franco-tijd.

– Enkele Prado-krenten (alle ‘downloadbaar’):

Ambrogio Spinola, de bedwinger van Breda, was een Italiaan in dienst van de Spanjaarden en stond bekend als een gentleman. Het liep (daarom?) slecht met hem af.

Voor ‘De overgave van Breda’, klik hier.

Pedro Berruguete / Auto de/da Fe.

De Inquisitie in actie, met onderhoudende details.

Botticelli / Triptiek / Nr.1 / Nr.2 / Nr.3

Juan de Flandes / Crucifixion

(Hoe vaak zie je het bloed zó spuiten?)

Rogier van der Weyden / El Descendimiento

Paolo de San Leocadio / La Dolorosa

Jan Provost / Zacarías

Quinten Massijs / Cristo presentado al pueblo

Bij de fans van kruisiging slaat de IQ-meter torenhoog uit.

Joos van Cleve / Retrato de anciano

La virgen de la leche

Willem Claesz Heda

Denis van Alsloot

en de Goya’s natuurlijk